Nederlandse ambassade in Vilnius, Litouwen

Geschiedenis van Litouwen

De eerste vermelding van Litouwen is te vinden in de Latijnse kroniek ‘Annalen van Quedlinburg’ uit 1009. In de 13de eeuw ontstond een echte Litouwse staat waarvan het gebied zich in de 13de-14de eeuw flink uitbreidde over wat nu Wit-Rusland en Oekraïne zijn. In de 14de eeuw bereikte het hertogdom zelfs de kust van de Zwarte Zee. In de tweede helft van de 14de eeuw kwam Litouwen steeds verder in het nauw door de expansieve ridders van de Duitse Orde die in Pruisen over een belangrijk bastion beschikten. De Litouwers werden daardoor de natuurlijke bondgenoten van het koninkrijk Polen en in 1385 wist de Litouwse leider Jogaila de rijken in personele unie te verenigen door zich tot koning van Polen te laten verkiezen. Vanaf 1387 nam hij de kerstening van Litouwen krachtig ter hand. Litouwen was daarmee de laatste Europese staat die tot het christendom overging. In de 16de eeuw werden Polen en Litouwen bij de Unie van Lublin tot één staat verenigd. In dezelfde periode deden de jezuïeten hun intrede in Litouwen, die in 1579 de universiteit van Vilnius stichtten, één van de oudste universiteiten in dit deel van Europa.

In de 18de eeuw bleek de Pools-Litouwse staat niet in staat zich tegen de inmenging van de buurlanden te verdedigen en in de Poolse delingen van 1772, 1793 en 1795 kwam het oorspronkelijke Litouwen onder Russisch bestuur. Litouwen bleef bezet tot na de Eerste Wereldoorlog. Op 16 februari 1918 riep Litouwen de onafhankelijkheid uit, hetgeen elk jaar wordt herdacht. Tussen 1918-1920 was Litouwen in oorlog met Polen. Aan het einde van deze oorlog bleef een deel van Litouwen, waaronder Vilnius, tot aan de Tweede Wereldoorlog in Poolse handen.

De periode 1920-1940 werd gekenmerkt door opbouw en ontwikkeling van Litouwen. De Tweede Wereldoorlog heeft daaraan echter einde gemaakt. Ten gevolge van het Molotov-Ribbentroppact tussen Hitler en Stalin van 1939 kwam er een eind aan de onafhankelijkheid.

De Joodse gemeenschappen en de bloeiende joodse cultuur (Vilnius stond bekend als het “Jeruzalem” van het Noorden) zijn in de Tweede Wereldoorlog bijna geheel vernietigd. Vanaf 1944 tot 1990 was Litouwen een Sovjetrepubliek, met Vilnius als hoofdstad. Tienduizenden Litouwers waren voor het naderende Rode Leger uitgeweken naar het westen. Andere Litouwers belandden gedwongen, als "sovjetvijandige elementen" in kampen in het oosten. Deze deportaties van in totaal ruim 130.000 Litouwers waren in 1940 al begonnen en werden tussen 1945 en 1952 voortgezet.

Op 11 maart 1990 riep de Opperste Sovjet van Litouwen het herstel van de Litouwse onafhankelijkheid uit, nadat er grootschalige demonstraties hadden plaatsgevonden. De sovjets trachtten het tij te keren: bij een aanval van het Rode Leger op het Litouwse televisiestation in januari 1991 vielen dertien doden. Uiteindelijk werd het onafhankelijke Litouwen in 1991 ook door Rusland erkend.

Litouwen is in 2004 toegetreden tot zowel de NAVO als de Europese Unie. Sinds de herwonnen onafhankelijkheid is Litouwen een democratie geworden, met een vrije pers, een flinke economische groei, en een ambitieuze generatie jongeren.